Naar de hoofdinhoud

Hoe gebruik en controleer ik een eigenschap als kenmerk of parameter?

Als je meer uit Tweakwise wilt halen, kan je eigenschappen beschikbaar stellen voor de endpoint of koppelen aan producten-informatie. Zo k...

Deze week bijgewerkt

Als je meer uit Tweakwise wilt halen, kan je eigenschappen beschikbaar stellen voor de endpoint of koppelen aan producten-informatie. Zo kun je bijvoorbeeld product- en afbeeldings-URL’s gebruiken in de Demoshop en live shop.

Om een Visual Builder-component, product-URL of afbeeldings-URL te gebruiken, moet je een eigenschap met de juiste waarde koppelen aan de gewenste instelling. Dit geldt ook wanneer je parameters wilt gebruiken om producten onder bepaalde voorwaarden uit te sluiten of juist te tonen in de webshop, of wanneer je eigenschappen in de endpoint nodig hebt voor de implementatie zoals labels, afbeeldingsvarianten en meer.

Het koppelen van de juiste eigenschappen kan via de volgende stappen.

Ga naar Catalogus -> Eigenschappen.

Zoek de gewenste eigenschap op en klik op de 3 puntjes. Kies daar voor 'Gebruik als ...'

Eigenschap koppelen stap 1.png

Maak vervolgens een keuze waar je de eigenschap aan wilt koppelen. Het is mogelijk om de eigenschap aan meerdere types te koppelen.

  • Kies 'Artikelkenmerk' wanneer je de eigenschap en bijbehorende waardes aan de productafbeelding, producturl, SKU, merk of item type wilt koppelen.

  • Kies 'Parameter opnemen/uitsluiten' wanneer je in de shop producten die geen voorraad hebben, een bepaald merk heeft of een andere voorwaarde heeft die je juist wel of juist niet wilt tonen in de webshop. De implementatiepartij zal deze uitsluiting of opname moeten implementeren.

  • 'API-kenmerk' zorgt ervoor dat de eigenschap beschikbaar wordt in de endpoint zodat de implementatiepartij deze kan gebruiken voor o.a. labels, kortingen of voorraad in de producttegel. Deze instelling is bij gebruik van de Plugin Studio ook nodig om eigenschappen daar beschikbaar te maken.

In de dropdown voor het artikelkenmerk krijg je de volgende opties tot koppelen van de eigenschap:

Kies je voor een API-kenmerk, kan je een gewenste weergavenaam voor in de endpoint aangeven. Standaard is dit de naam van de eigenschap, in het geval van een afgeleide eigenschap is niet wenselijk of wanneer de eigenschapsnaam te lang is.

Controleren van gekoppelde eigenschappen

Via het overzicht van Eigenschappen kan je door middel van filtering op labels, controleren welke eigenschappen momenteel gekoppeld staan en bij een API-eigenschap welke naam in de endpoint gebruikt wordt.

Selecteer eerst welk type gekoppelde eigenschappen je wilt controleren.

Na selecteren krijg je de gekozen types te zien en welk type het is.

Was dit een antwoord op uw vraag?